» Oranjekaakje
De tot de kleinste vinken behorende Afrikaners lenen zich bij, uitstek voor de kooi of vitrine, mits deze niet te klein is, want levendig als ze zijn hebben ze enige ruimte beslist nodig. Man en pop zijn moeilijk te onderscheiden, de oranje wangvlek van de pop is meestal wat bleker en het vogeltje nauwelijks merkbaar kleiner. Indien men een aantal bij elkaar ziet is het wel mogelijk een paartje uit te kiezen. Natuurlijk is de man in de broedtijd duidelijk te onderscheiden door zijn typische gedragingen en luide gekwetter dat hij laat horen, als hij met een grashalm in zijn bek om zijn vrouwtje danst, waarbij zijn staartje op de maat van zijn op en neer dansen van links naar rechts slaat.
Hoewel de vogels te boek staan als zaadeters, wijst het feit dat ze in Afrika meestal op de grond te vinden zijn, waar ze zich tussen het gras bewegen, er op dat ze toch ook een spinnetje of mierenei niet versmaden. Ook hun nest bouwen ze in de natuurlijke staat vrijwel steeds op de grond tussen het gras. Het heeft een omvangrijke ovale vorm met een lange insluipgang, soms ook een extra slaapruimte aangebouwd.
In een kooi of vitrine zullen ze dus niet makkelijk tot broeden te krijgen zijn, wat niet wegneemt dat ze om hun aanhankelijkheid en aardige gedragingen stellig waard zijn om gehouden te worden. Men kan dan ook goed een aantal bijeen houden, ze zullen als kleine donshoopjes dicht op elkaar op een stok gaan zitten, elkaar met de snavel in het verenkleed pikkend. Zou echter een paartje aanstalten willen maken om te gaan broeden, dan moeten de soortgenoten verwijderd worden, want dan neemt de man geen enkele benadering van het nestkastje, waarin de pop het nest is gaan bouwen. In de kooi willen ze n.l. ook wel eens een nestkastje gebruiken, als er geen gelegenheid is om op de bodem het nest te maken.
Het is dan zaak de kooi zo min mogelijk te naderen, want ze zijn gedurende de broedtijd schuw en verlaten dan gauw het nest. De bevruchte eitjes worden in 12 dagen uitgebroed. Alleen indien geschikt opfokvoer wordt gegeven heeft men kans dat de jongen groot worden gebracht, wat lang duurt, ze blijven n.l. ruim drie weken in het nest, zijn echter na het uitvliegen wel gauw zelfstandig.
De kans om ze tot nestelen te krijgen wordt vergroot als men de vogels zo nu en dan wat eivoer, wat klein gesneden meelwormen en vooral kleine miereneieren geeft. In de opfoktijd zoeken ze n.l. voornamelijk naar insecten, zoals spinnen, rupsen, meelwormen en kleine miereneieren. Eivoer nemen ze dan ook. Vooral groenvoer en gekiemde graszaden mogen dan niet ontbreken Daarom is de begroeide volière, die allerlei vliegen en insecten aantrekt natuurlijk voor de broedtijd het beste verblijf.
Ook met een enkele vogel kan men iets bereiken, indien men als partner een Napoleonnetje of de vrij zeldzame Teugelastrild geeft. Het broeden verloopt dan gelijk als hierboven beschreven is, dus bij een overwegend insectenmenu.
De vogels zijn makkelijk te acclimatiseren, ze zijn minder sterk dan de Napoleonnetjes en moeten vorstvrij overwinteren. Het beste voer is een gemengd tropisch zaadmenu, waaraan wat maanzaad kan worden toegevoegd. Houdt men een collectie van kleine tropische vinken, zonder beslist op broedresultaten uit te zijn, dan mogen een aantal Oranjekaakjes niet ontbreken.


[ terug... ]Omhoog


Maak vrienden

Vv Vogelvreugd Beverwijk

Vogels koop/verkoop

Het weer

Klok

Foto's

Ziekten

Aanschaf

  • Wilt U overgaan tot het aanschaffen van vogels en/of maken van een volière, ga eens praten met kwekers bij U in de buurt of neem kontakt op met een vogelvereniging. Dan weet U zeker dat U goede informatie krijgt.

Berichtje

  • Laat een berichtje achter in het gastenboek.

Copyright 2002-2016